Auteursarchief: robertfitplan

Bewegen en de overgang

Waarom sporten in de menopauze belangrijk is

De menopauze verandert het lichaam. Er wordt iets meer vet opgeslagen op de buik, de spiermassa wordt minder en alles gaat wat meer hangen. Waarom is het juist nu zo belangrijk in beweging te blijven?

overgang, menopauze, bewegen, botontkalking, osteoporose, sporten, buikvet, metabool syndroom

De hormoonschommelingen tijdens de menopauze hebben z’n weerslag op je figuur.  Er wordt minder van de vrouwelijke hormonen oestrogeen en progesteron aangemaakt. Hierdoor verandert het figuur bij de meeste vrouwen van een peervorm langzaam in een appelvorm.

Metabool syndroom

Die vetopslag op de buik is een kenmerk van het metabool syndroom en kan nare gevolgen hebben. Het metabool syndroom heeft als belangrijkste symtoom namelijk insulineresistentie en dat is weer een voorbode van diabetes type 2.

Andere symptomen zijn een verhoogde bloeddruk en een hoger risico op hart- en vaatziekten. Daarnaast gaan een verminderde oestrogeenaanmaak en verhoogde vetopslag vaak samen met een afname van het HDL –cholesterol (het goede cholesterol) en een toename van het slechte LDL-cholesterol. Voldoende redenen om dat buikvet aan te pakken dus.

Botaanmaak vermindert

Een andere bijkomstigheid van het afgenomen oestrogeen, is dat de botaanmaak vermindert. Vanaf de tijd vlak voor de eerste overgangssymptomen tot een paar jaar daarna ontstaat er door het afnemen van de hoeveelheid hormonen ongeveer 15 procent botverlies. Die botafbraak blijft daarna ook doorgaan, maar in mindere mate. Osteroporose(botontkalking) is dus iets waar serieus rekening mee moet worden gehouden. Regelmatig bewegen is belangrijk voor de botopbouw.

Belast bewegen

Er zijn belaste en onbelaste vormen van bewegen. Bij belast bewegen wordt de aanmaak van botcellen gestimuleerd. Voorbeelden van belast bewegen zijn wandelen, yoga en pilates, fitness, dansen en hardlopen. Ook bijvoorbeeld skaten, tennissen en traplopen horen tot deze categorie.

Onbelast bewegen

Bij onbelast bewegen wordt de aanmaak van botcellen niet gestimuleerd. Wel zorgt het voor soepele, stevige spieren, vergroot het de capaciteit van hart en longen en verbrand je er natuurlijk kilocalorieën mee. Voorbeelden van onbelast bewegen zijn fietsen en zwemmen.

Hoeveel bewegen?

Beweeg bij voorkeur dagelijks, maar minstens vijf dagen per week ten minste een halfuur per dag matig actief. Roeien is een zeer goede workout, op bijvoorbeeld een Fluidrower

Let op: als je een half uur niet volhoudt, mag drie keer tien minuten ook; het gaat om het eindresultaat. Bovendien mag je huishoudelijke takenmeetellen en dat schiet vaak lekker op. Doe niet alleen het huishouden, maar bijvoorbeeld ook eens wat grondoefeningen voor rugspieren, of oefeningen om de taille terug in vorm te krijgen.

Daarnaast is eenmaal per week intensievere sportbeoefening van minimaal een uur aan te bevelen, bij voorkeur in de buitenlucht. Zonlicht zorgt immers voor de aanmaak van vitamine D en dat helpt het lichaam weer de calcium uit de voeding beter op te nemen.

Zo maak je hardlopen leuk

Tien nuttige tips

Hardlopen is een slimme, gezonde en goedkope manier om je conditie op peil te houden. Maar wat als je je er niet toe kunt zetten? We geven tien tips die hardlopen tot een leuke, plezierige ervaring maken.

hardlopen, rennen, lopen, conditie, sportschoenen, muziek, techniek, lichaam, krachttraining, spieren

1. Beloon jezelf

Je beloont jezelf natuurlijk niet met een patatje of een lekkere reep chocolade, maar verwen jezelf met iets wat het trainen stimuleert. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Een massage
  • Nieuwe sportschoenen
  • Een mp3-speler om muziek te luisteren tijdens het rennen
  • Een gezonde salade

2. Wees realistisch

Verwacht niet meteen van jezelf dat je een marathon kunt lopen. Stel realistische doelen en kijk naar andere factoren dan alleen de afstand. Bijvoorbeeld:

  • Verbeter je techniek.
  • Let op je lichaam en rust uit bij steken in je zij.
  • Versterk je spieren met krachttraining.

3. Houd een logboek bij

Noteer alle dagen waarop je hardloopt in een logboek; met je tijden, afstanden en gevoel erbij. Het is leuk om na een tijdje je vorderingen te bekijken. Je zult een stijgende lijn ontdekken en denken: ik doe het niet voor niets!

4. Laat je steunen

Vraag een vriend(in), je trainer, je huisarts of de buurvrouw je te steunen. Het werkt motiverend als iemand net zo enthousiast is als jij.

5. Wees voorbereid

Zorg ervoor dat je spullen altijd klaarliggen, zodat je geen uitvluchten kunt bedenken. Vieze sportkleding kan een excuus zijn om op de bank te blijven zitten.

6. Zorg voor goede spullen

Niets is zo demotiverend als sportspullen die niet voldoen. Zorg dus voor goed zittende sportkleding, waarin je je ook nog een beetje comfortabel voelt. Kijk ook kritisch naar je schoenen: slechte hardloopschoenen vergallen het plezier in het lopen en vergroten de kans op blessures. Goed materiaal vergroot je sportplezier.

7. Kies een doel

Natuurlijk moet je realistisch blijven (punt 2), maar er is niets mis met het werken naar een doel. Kies bijvoorbeeld een evenement waarvoor je kunt trainen, zoals de van Dam tot Dam loop, de Marikenloop of misschien de lokale sponsorloop. Zorg wel voor een goed trainingsschema. Dit houd je gemotiveerd en geeft veel voldoening als het je lukt.

8. Zoek een trainingsmaatje

Alleen is ook maar alleen, met z’n tweetjes lopen verdubbelt het plezier. Zoek een trainingsmaatje en werk samen naar die wedstrijd of dat evenement toe. Dat is niet alleen gezellig, maar zorgt ook dat je minder snel opgeeft.

9.Verwacht geen perfectie

Het alles of niets denken is een valkuil. Mis je één of twee dagen? Een perfectionistische kijk op het leven leidt vaak tot opgeven. Besef dat je bijvoorbeeld ziek kunt worden en niet in staat bent te trainen.

10. Vergelijk jezelf niet met anderen

We kennen ze allemaal: mooie, slanke ‘Barbiepoppen’ in strakke sportkleding of mannen met een sixpack. Vergeet ze, vergelijk jezelf niet met anderen en wees trots op je eigen prestaties.

Je kunt in de winter uiteraard lopen op een loopband

Het Mentale dieetplan: 10 kilo lichter in een paar weken

Wat is het Mentale Dieet Plan?

Het Mentale Dieet Plan is een methode om af te vallen met een geheel andere benadering dan de gangbare en bekende manieren om vet en gewicht kwijt te raken. De methode stelt dat de gangbare benaderingen zoals vet arm eten, fitness en een calorie arm dieet niet werken. Het mentale dieet plan focust op snel gewichtsverlies en het behouden van het ideale gewicht.

het mentale dieetplan

Het mentale dieet plan is uitgeschreven in een rapport waarin door de auteur (Katja Callens) wordt uitgelegd hoe je in 7 stappen blijvend vet kunt verbranden. Uithongering, fitness of het jezelf ontzeggen van lekker eten behoort niet tot het mentale dieet plan.

Het mentale dieet plan wordt geleverd met 20 lekkere en gezonde recepten. Daarnaast wordt er mentale ondersteuning geboden om te bewerkstelligen dat het gewichtsverlies permanent blijft, zonder dat je daarvoor honger hoeft te lijden.

De slogan is van het mentale dieet plan is dan ook: “omdat afslanken tussen je twee oren zit”

Wat kost het Mentale Dieet Plan?

Voor het mentale dieet plan betaal je eenmalig € 64,-

Waar vind ik meer informatie over het Mentale Dieet Plan?

Klik hier en probeer risicoloos het MDP uit!


Geen zin in seks meer? Libido ver te zoeken? Lees verder….

Seks is fantastisch. Dat vindt iedereen, niet waar? Toch laat ons libido
het soms afweten. En wel hierom.

1.
Stress

Stress is funest voor je seksleven. Of het nu gaat om werkstress,
geldproblemen of familieperikelen: probeer het van je af te zetten.
Ontspanningsoefeningen kunnen daarbij helpen.

2.
Kinderen

Intimiteit is niet altijd vanzelfsprekend als er kinderen in de
buurt zijn. In dit geval kan het helpen als je je vrijpartijen plant.

3.
Relatieproblemen

Zeker voor vrouwen moet het op emotioneel vlak goed zitten
om goede seks te hebben. Allerhande relatieproblemen vormen ernstige barrières
voor een goede vrijpartij.

Ook een gebrek aan intimiteit is dodelijk
voor je seksleven. Probeer intieme momenten te hebben zonder dat dit resulteert
in seks. Uiteindelijk zal je libido daarvan verhogen.

4.
Alcohol

Veel mensen raken in de stemming door een beetje alcohol, maar een
dronken partner in bed is voor veel mensen onaantrekkelijk.

5.
Medicijnen

Sommige medicijnen zorgen voor een lager libido. Antidepressiva
zijn een bekend voorbeeld, maar ook de anticonceptiepil of medicijnen tegen een
hoge bloeddruk of allergieën kunnen de lust afremmen.

6.
Negatief zelfbeeld

Een belangrijke domper voor je seksleven is het beeld dat
de partners van hun eigen lichaam hebben. Als iemand zich schaamt voor een
bepaald uiterlijk kenmerk, dan durft hij of zij zich waarschijnlijk niet goed te
laten gaan tijdens het vrijen.

7.
Erectieproblemen

Erectieproblemen duiden vaak niet op een gebrek aan lust,
maar zijn een medische aangelegenheid. Mannen die ermee kampen zijn soms zo bang
om te falen, dat ze er gewoon niet meer aan durven beginnen.

8.
Te weinig testosteron

Testosteron verhoogt het libido. Als mannen wat ouder
worden, daalt hun testosterongehalte echter licht. Dat geeft niet altijd
libidoproblemen, maar het kan wel.

9.
Depressie

Ook een depressie zorgt ervoor dat je libido zakt. Helaas zorgen
antidepressiva daar ook voor.

10.
Menopauze

De lichamelijke veranderingen die een vrouw ondergaat rond de
menopauze – vaginale droogheid en pijn – kunnen seks soms minder aangenaam
maken.

Stress is nergens goed voor, 10 tips om stress te verminderen

Er komt niets meer uit je handen. Al maanden
gaat je leven aan je voorbij als een hogesnelheidstrein. Je voelt je ongelukkig.
Je hebt hoofdpijn en bent prikkelbaar. Je bent gestrest. Tijd voor een rood
sein. Blijf je stress de baas met deze tips.

Tijdens je leven zijn er veel gebeurtenissen die stress kunnen geven. De dood
van een geliefde. Een echtscheiding of ontslag. Maar het meest voorkomend is
stress door een hoge werkdruk.

Tips
tegen stress

Heb je het idee dat je stress hebt? Neem je klachten serieus en
doe er iets aan.

  • Plan vrije tijd. Zoek niet naar een eenzaam uurtje in je agenda, maar plan
    van tevoren een vrij moment in. Dat moment is voor jou en niet om je
    belastingformulieren in te vullen. Spreek af met anderen, dan kun je ook niet zo
    gemakkelijk afzeggen.
  • Hou op met ‘moeten’. Het lijkt alsof iedereen zoveel van je verwacht. Dat
    alles mis gaat als jij niets doet. Bedenk dat je niet onmisbaar bent. Vaak zijn
    het niet de anderen waarvan je zoveel moet. Meestal moet je zoveel van jezelf.
    Je hoeft niet perfect te zijn. Pas je doelen aan, zodat ze haalbaar zijn.
  • Eet gezond en sport. Stress maakt je moe, logisch dat je het liefst met een
    pizza op de bank ploft. Op dat moment lijkt dat verwennerij, maar op de lange
    termijn geef je stress meer kans. Zorg dat je gezond blijft, dan kunnen je geest
    en lichaam beter tegen spanning. Van bewegen krijg je meer energie en het werkt
    ook nog eens stressverlagend.
  • Geen koffie, sigaretten, alcohol en slaapmiddelen. Het zijn populaire
    middeltjes om je minder gestrest te voelen. Maar jammer genoeg werken ze niet.
    Uiteindelijk zorgen stoffen als nicotine en cafeïne in tabak en koffie ervoor
    dat je lichaam nog meer spanning voelt. Alcohol en slaapmiddelen helpen je
    inslapen, maar je krijgt minder gezonde slaap. Terwijl je dit nodig hebt om alle
    indrukken van de dag te verwerken.
  • Schrap activiteiten. Heb je het echt te druk? Kijk eens objectief naar al je
    bezigheden. Kun je niet wat schrappen? Je bent niet overal verantwoordelijk
    voor. Denk niet dat je zwak bent, als je besluit minder te gaan werken. Bedenk
    dat je baas meer heeft aan een werknemer die een normale hoeveelheid werk
    verzet, dan één die thuis zit met een burn-out.
  • Praat met anderen. Blijf niet alleen zitten met je problemen. Op je werk kun
    je je baas of collega’s duidelijk maken dat je te veel werk hebt liggen. Of dat
    het te chaotisch is. Grote kans dat ze niet eens hebben gemerkt dat je werk je
    overspoelt.
  • Zeg ‘nee’. Kies ook eens voor jezelf. Stel grenzen aan wat je wel en niet
    wil doen. Het is heel frustrerend als andere mensen je leven bepalen. Zeg niet
    meteen ‘ja’ als iemand iets van je wil, waar je eigenlijk geen zin in hebt.
    Vraag tenminste bedenktijd, dat maakt het makkelijker om af te zeggen.
  • Maak een planning. Begin de dag met een takenlijstje. Schrijf hier op wat je
    die dag moet doen. Het geeft je overzicht en houvast. Je kan ook aan het einde
    van een werkdag alvast een lijstje voor de volgende dag maken. Dat helpt je ‘s
    avonds om je werk los te laten. Als je in je vrije tijd dan nog aan iets denkt,
    schrijf je dit meteen op.
  • Denk aan je successen. Misschien sta je nu voor een moeilijke situatie, maar
    dat kun je aan. Je hebt al voor hetere vuren gestaan. Wees trots op wat je tot
    nu toe hebt behaald. Je hebt zoveel goede eigenschappen.
  • Ontspan. Zorg voor vaste momenten van ontspanning. Hoe je dat doet maakt
    niet uit. Doe ademhalingsoefeningen, maak een wandeling. Veel mensen ontspannen
    met muziek, een boek of een lang uitgebreid bad.
  • Herken stress. Voor iedereen is het hebben van stress anders. Niet iedereen
    heeft hoofdpijn, de één valt af, de ander gaat zich volproppen. Let goed op de
    signalen die je lichaam geeft. Leer van vorige stress-situaties, zodat je snel
    kan ingrijpen als het je weer overkomt.

Heb je dit allemaal geprobeerd, maar zonder resultaat? Misschien heb je last
van chronische stress. Ga dan naar de huisarts en zoek professionele
hulp. het voedings supplement MACA heeft ook een positieve invloed op stress, evenals vitamine B

13 vragen over voetklachten

Zo blijven je voeten topfit!

Een mens legt gedurende zijn leven al lopend gemiddeld 185.000 kilometer af. Dat is viermaal de wereld rond! Logisch dat onze voeten met het ouder worden een beetje beginnen te piepen en te kraken. Gelukkig zijn voetklachten vaak prima te verhelpen én te voorkomen.
voetklachten, eelt, likdoorns, blaren, voeten, nagels, tenen

1. Hoeveel mensen hebben voetklachten?

Volgens de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten krijgt 57 procent van de Nederlanders tijdens zijn leven een of meerdere keren last van voetproblemen. Omdat we gemiddeld steeds ouder worden en langer actief blijven, stijgt het aantal voetklachten op oudere leeftijd.

2. Wat zijn de oorzaken van de problemen bij 50-plussers? En welke klachten horen erbij?

• Slappere spieren en pezen. De 107 gewrichtsbanden en 19 spieren en pezen in de voeten worden in de loop van ons leven wat slapper. Ze moeten dan harder werken om het lichaam in balans te houden, wat een vermoeid gevoel kan geven.
• Te krap schoeisel. Hoe meer de boel uitrekt, hoe meer ruimte er tussen de 26 voetbotjes ontstaat. De voet wordt wat langer en vooral breder, ook wel een ‘doorgezakte voet’ genoemd. Schoenen die altijd prima pasten, komen opeens (te) strak te zitten. Gevolg: pijnlijke, branderige en vermoeide voeten, overmatige eeltvorming, likdoorns, ingroeiende teennagels of knobbels aan de grote tenen.
• Dunnere vetkussentjes. De vetkussentjes onder de bal van de voet en de hiel worden met het ouder worden bovendien dunner, soms met pijnklachten tot gevolg. Mensen hebben dan het gevoel dat ze op steentjes of direct op hun botjes lopen.
• Slijtage kraakbeen. Het kraakbeen tussen de voetgewrichten slijt, waardoor eerder stijfheid, pijn en vergroeiingen optreden.
• Afwijkende voetstand. Een verkeerd staande voet – bijvoorbeeld te veel naar binnen of naar buiten – kan eveneens voor overbelasting en pijn of zelfs een ontsteking zorgen. Soms ook voor klachten in de enkel, knie, heupen, de rug of de nek.
• Verminderde doorbloeding. Minder bloedtoevoer in benen en voeten zorgt voor een drogere huid en daarmee voor meer kans op kloven (scheurtjes) en wondjes. Die genezen bovendien minder snel. Hetzelfde geldt voor eventuele schimmelinfecties in de huid of de nagel.

3. Wie loopt er extra risico?

• Diabetespatiënten hebben vaak slecht doorbloede voeten, met alle gevolgen van dien (zie vraag 2). Bovendien worden de zenuwen in hun voeten aangetast, waardoor ze pijn niet goed meer voelen. Een onopgemerkt wondje kan zo makkelijk verergeren en ontstoken raken. Vandaar dat diabetici dagelijks hun voeten moeten controleren en eventueel laten verzorgen.
• Reumapatiënten hebben vaak pijn in een voet door ontstekingen, vergroeiingen en standveranderingen. Een podotherapeut kan speciale zooltjes maken om de druk op de voet te verlichten.
• Mensen met dementie lopen in een verwarde toestand vaak heel veel, wat tot voetklachten kan leiden. Of ze zijn juist bedlegerig, waardoor doorligplekken aan de hak kunnen ontstaan. Een bijkomend probleem is dat demente patiënten niet altijd in staat zijn pijn kenbaar te maken. Zo kunnen hun voetklachten soms onbehandeld blijven of ongemerkt verergeren.
• Vrouwen hebben in het algemeen vier (!) keer zoveel voetklachten als mannen. Dat komt vooral door de hoge hakken die zij dragen. Hoe hoger de hak, hoe meer de botjes, spieren, banden en pezen in de voorvoet en de tenen bij elkaar worden geduwd. Die extra druk kan bijvoorbeeld de grote teen naar binnen buigen, met mogelijk pijn, een ingroeiende teennagel of een teenknobbel (extra botvorming) tot gevolg. De wrijving tussen de huid en schoen vergroot de kans op dik eelt en likdoorns. Ook worden zenuwen afgekneld. Dat kan voor tintelingen of een dof gevoel zorgen.

4. Zijn hoge hakken helemaal uit den boze?

Zolang je ze af en toe een paar uur draagt, zijn hoge hakken geen probleem. Maar liever niet te vaak.

5. Wat is een ‘goed passende’ schoen?

Die is stevig – de zool moet soepel, maar niet dubbel te vouwen zijn – en laat voldoende ruimte (een centimeter) voor de tenen. Je hoort er als het ware mee te kunnen ‘pianospelen’ in je schoen. Aan de zijkant, bij de kleine tenen, moet ook nog enige speelruimte zijn. Zowel voor mannen als vrouwen geldt dat een hak van maximaal drie centimeter het beste is. Verder is het belangrijk dat de schoen goed aansluit op de wreef. Zo niet, dan gaat de voet schuiven en moet je constant je spieren spannen om niet uit de schoen te slippen. Dit alles geldt ook voor pantoffels. Koop schoenen altijd aan het eind van de middag, als voeten op hun grootst zijn. In een speciaalzaak kunt u zowel de lengte als de breedte van uw voet laten meten en daar de juiste maat bij zoeken. Kies niet automatisch altijd voor dezelfde maat; per fabrikant en model kan de omvang verschillen. Laat je niet verleiden door het bekende verkooppraatje dat een strakke schoen wel ‘uitloopt’. Je voet vormt zich eerder naar je schoen dan andersom.

6. Je hoort nogal eens dat een kleine hak beter is dan helemaal geen hak. Klopt dat?

Dat geldt vooral voor mensen met knie- of rugklachten. Een kleine hak kan dan voor ontspanning en verlichting van de pijn zorgen.

7. Welke klachten kun je zelf behandelen en wanneer moet je professionele hulp zoeken?

Eelt ontstaat als een natuurlijke reactie op overmatige druk en wrijving op de huid. Een klein beetje eelt kun je zelf voorzichtig met een schuurpapieren eeltvijl verwijderen. Haal niet te veel weg en gebruik vooral geen ijzeren ‘rasp’. Daarmee beschadig je de huid snel, met kans op wondjes en infectie. Voor alle andere voetproblemen is het verstandig professionele hulp te zoeken. Dat geldt ook voor likdoorns. Bij de drogist zijn diverse middeltjes tegen likdoorns te krijgen, maar daarmee lukt het meestal niet de dieper liggende ‘pit’ van de likdoorn te verwijderen en is de kans op het beschadigen van gezonde huid groter. Loop eens op een loopband.

8. Kan het kwaad om lang met voetklachten door te lopen?

Gezonde voeten zijn essentieel om zelfstandig en mobiel te blijven. Als er niets aan de oorzaak gedaan wordt, verergeren de meeste voetproblemen. Een beetje eelt is niet erg, maar heel dik eelt kan met staan en lopen extra druk geven en daarom pijnlijk worden. Bovendien kan zich eronder vocht ophopen, met gevaar voor infectie. Ook onbehandelde likdoorns kunnen gaan ontsteken. Standproblemen van de voet hebben invloed op de houding van het hele lichaam en kunnen op den duur ook op andere plekken (enkel, knie, rug, nek) klachten geven. In het algemeen geldt: hoe langer je met pijn in de voet doorloopt, hoe meer tijd het kost om te herstellen. Voor schimmelinfecties geldt bovendien dat ze erg besmettelijk zijn. Je kunt ze gemakkelijk overdragen aan bijvoorbeeld huisgenoten of mensen op de sportclub. Kijk ook uit met lang lopen op looptrainers

9. Wanneer ga je naar een pedicure?

Met eeltproblemen (dik eelt, likdoorns), nagelproblemen (ingroeiende teennagel, schimmelnagel) en huidproblemen (droge huid, kloven, schimmel) kun je terecht bij een pedicure. Zij geeft ook advies over bijvoorbeeld schoeisel, persoonlijke hygiëne en huidverzorging. Sommige pedicures hebben een aantekening ‘voetverzorging bij diabetici’ en/of ‘voetverzorging bij reumapatiënten’. Dat betekent dat zij na hun mbo- opleiding bijscholing hebben gevolgd in die onderwerpen. Er zijn ook speciale medisch pedicures. Die hebben een bredere opleiding en kunnen alle risicovoeten (reuma, diabetes, dementie, etc.) behandelen. Daarnaast meten zij bijvoorbeeld nagelbeugeltjes (orthonyxie) aan om de vorm van een nagel aan te passen en/of ingroeien te voorkomen. Pedicure is geen beschermd beroep. Dat betekent dat iedereen zich zo mag noemen. Zo zijn er steeds meer nagelstudio’s die pedicurebehandelingen aanbieden zonder dat ze daarvoor geschoold zijn. Op de website www.provoet.nl vind je een overzicht van de 13.500 pedicures die bij de branchevereniging ProVoet zijn aangesloten. Zij hebben allemaal een erkende opleiding tot pedicure gevolgd. Met voetproblemen zoals wondjes die niet uit zichzelf genezen, infecties, vreemde verkleuringen, chronische pijn en gevoelloosheid gaat je naar de huisarts. Die verwijst je zo nodig door naar een podotherapeut.

10. Wat doet een podotherapeut?

Een podotherapeut is een wettelijk erkende paramedicus (iemand die op verwijzing van een arts werkt) met een hbo-opleiding. Hij diagnosticeert en behandelt voetklachten (of klachten op andere plekken in het lichaam) die het gevolg zijn van een niet goed staande voet. Meestal gaat het om pijn- of vermoeidheidsklachten, vergroeiingen en/of huid- en nagelaandoeningen. Ook diabetes- en reumapatiënten met ernstige klachten komen bij een podotherapeut terecht. Een podotherapeut heeft verschillende mogelijkheden om voetklachten te behandelen, zoals het aanmeten van maatwerkzolen, siliconen teenstukjes of nagelbeugeltjes. De taken van een podotherapeut en een medisch pedicure overlappen deels. Als een probleem te gecompliceerd is voor een medisch pedicure, komt een patiënt bij een podotherapeut terecht. Behalve dat hij behandelt, geeft een podotherapeut ook advies over hoe klachten in de toekomst te voorkomen, bijvoorbeeld door ander schoeisel te dragen. Er zijn zo’n zeshonderd podotherapeuten in Nederland. Op www.podotherapie.nl, de website van de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten, kun je  zoeken naar een praktijk bij jou in de buurt. Neem bij een eerste bezoek altijd een paar veel gedragen schoenen mee. Dat helpt om een goede diagnose te stellen.

11. Wat zijn de nieuwste ontwikkelingen?

Steeds meer podotherapeuten gebruiken een digitaal drukmeetsysteem om het looppatroon van een patiënt te analyseren. Zo komen ze precies te weten waar het probleem zit en of inlegzolen de juiste correctie geven. Een andere ontwikkeling is het ‘cad-cam-systeem’, waarmee twee- of driedimensionale foto’s van de onderzijde van de voet worden gemaakt. Aan de hand daarvan freest een computer vervolgens een perfect op maat gemaakte inlegzool.

12. Wordt een behandeling door een pedicure of podotherapeut door de zorgverzekeraar vergoed?

Behandeling door een podotherapeut zit bij de meeste verzekeraars in het aanvullende pakket. Sommige zorgverzekeraars vergoeden een behandeling door een pedicure of podotherapeut bij diabetespatiënten vanuit de basisverzekering, andere hebben het opgenomen in hun aanvullende verzekering. Reumapatiënten moeten voor vergoeding altijd aanspraak maken op een aanvullende verzekering. Overige patiënten ontvangen geen enkele vergoeding voor een bezoek aan een pedicure.

13. Wat kunt je zelf doen om voetklachten te voorkomen?

• Draag passende schoenen met voldoende ruimte voor de tenen en niet te hoge hakken.
• Knip teennagels recht en niet te kort af (ook geen ronde hoekjes) ; dit voorkomt ingroei. Een echt nagelschaartje (in plaats van een nagelknipper) laat minder haaltjes achter.
• Droog de voeten altijd goed af, vooral tussen de tenen.
• Smeer je voeten regelmatig in met een voetencrème, ter voorkoming van een droge huid, kloven en eelt.
• Beperk een voetbad tot vijf minuten. Blijft je langer in het water, dan verweekt de huid, waardoor die extra kwetsbaar wordt voor wondjes of infecties.
• Op blote voeten lopen is geen probleem zolang je geen klachten hebt. Bij standproblemen is het beter om een stevige schoen te dragen.
 • Als je slippers draagt, moeten de spieren in de voet hard werken om de slipper op z’n plek te houden. Bij veelvuldig gebruik kan dat tot klachten leiden. Te kleine slippers veroorzaken eelt onder op de hielen.
Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van podotherapeute Dorien Ketelaars (www.podotherapiedorienketelaars.nl) en medisch pedicure Marianne Vorstermans (www.pedicurepurmerend.nl).

Wat is hooikoorts?

Allergie voor pollen

Veel mensen worden blij wanneer het warmer wordt, de zon gaat schijnen en de bomen en bloemen in bloei staan. Maar voor anderen is dit juist een tijd van niezen, snotteren en tranende ogen. Ze krijgen last van hooikoorts.
hooikoorts, allergie, pollen, symptomen hooikoorts, histamine, oogklachten, niesbuien, keel, koorts, branderig, loopneus, benauwd

Hooikoorts is één van de meest voorkomende allergieën. Als je last van hooikoorts hebt, ben je allergisch voor sommige pollen. Pollen zijn voortplantingscellen van grassen, planten en bomen. Deze superkleine stuifmeelkorreltjes drijven met de wind mee en verspreiden zich zo over vele kilometers.

Mestcellen

Op warme, winderige dagen kunnen er miljoenen pollen in de lucht zweven. Als de pollen op het neusslijmvlies, de oogbollen of in de luchtwegen terecht komen, reageert je afweersysteem hierop. De cellen van je afweersysteem produceren een stof, IgE, die de pollen tegenwerkt. IgE zet zich op de mestcellen vast.

Mestcellen zijn de cellen die vooral voorkomen in de luchtwegen en longen. Deze mestcellen bevatten stoffen, waaronder histamine, die gevaarlijke indringers onschadelijk kunnen maken. Als er nieuwe pollen op het slijmvlies komen, laat de IgE de mestcel los om de indringers aan te vallen. Hierdoor scheurt de wand van de mestcel kapot en komt histamine vrij. Dit veroorzaakt de hooikoortsverschijnselen.

Histamine in het lichaam

Als ons lichaam een vreemde stof binnenkrijgt, bijvoorbeeld na een steek van een insect, maken de mestcellen histamine aan. Histamine zorgt voor het verwijden van de bloedvaten. Hierdoor kunnen de afvalstoffen worden afgevoerd en antistoffen worden aangevoerd.

De jeuk en pijn die hierbij ontstaat, is een waarschuwing voor ons. Op die plek in het lichaam is iets aan de hand. Deze histaminereactie is dus goed. Bij een overmatige of ongewenste histaminereactie wordt er een teveel aan histamine aangemaakt. Hierdoor worden de slijmvliezen rood en zwellen op.

Ook ontstaat dan een overmatige slijmproductie. Dit is bij hooikoorts het geval. Pollen zijn onschadelijk voor ons. Toch komt er histamine vrij om de ‘indringers’ onschadelijk te maken.

Niezen en snotteren

Bij een aanval van hooikoorts raken de slijmvliezen geïrriteerd. Met name de slijmvliezen in de neus en de keelholte en de slijmvliezen bij de ogen.

Kenmerkend voor hooikoorts zijn:

  • Jeukende, branderige ogen, die voortdurend tranen.
  • Rode en gezwollen oogleden.
  • Een loopneus, die overgaat in een verstopte neus.
  • Niesbuien.
  • Moe, koortsig gevoel.
  • Benauwdheid.
  • Soms hoesten en een pijnlijke keel.
  • Jeukend verhemelte.

De klachten kunnen per jaar verschillen (zowel qua sterkte als soort klacht). De hoeveelheid stuifmeel kan meer of minder zijn, maar ook spelen de weersomstandigheden een rol. Als het veel regent, blijft er minder stuifmeel in de lucht hangen. Droog weer en wind zorgen juist weer voor veel stuifmeel (pollen) in de lucht en meer/ernstiger klachten.

Erfelijk bepaald

Hooikoorts komt niet plotseling opzetten. Je slijmvlies raakt in de loop der jaren steeds gevoeliger, totdat de maat vol is en er allergische reacties ontstaan. Of dit gebeurt, is onder meer erfelijk bepaald. Heeft één van je ouders hooikoorts? Dan heb je 30 procent kans om het ook te krijgen. Hebben beide ouders hooikoorts, dan is de kans op hooikoorts 50 procent.

Dit wil niet zeggen dat als de ouders geen hooikoorts hebben, de kinderen dit ook niet zullen krijgen. Bovendien zijn er ook kinderen met allergische ouders, die zelf geen allergieën hebben.

Ontstaan van de naam

Hooikoorts heeft niets te maken met koorts of hooi. De naam is in 1928 bedacht door een Engelse arts, John Bostock. Het viel hem op dat de aandoening, waar hij zelf veel last van had, altijd in de hooitijd optrad. Omdat hij zich ook koortsig voelde, noemde hij het hooikoorts. De medische term voor hooikoorts is pollinose. Naar schatting hebben 1,5 miljoen Nederlanders er last van.